donderdag 21 augustus 2014

Ons' Lieve Heer op Solder - Amsterdam

ONS' LIEVE HEER OP SOLDER 

Stiekem je geloof belijden in Amsterdam


22 januari 2014





Waar gaat het over?

In 1661 koopt kousenhandelaar Jan Hartman aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam een huis 'op stand'. Het bestaat uit een voorhuis en twee steegwoningen, maar de bovenste verdiepingen lopen in elkaar over. De bel-etage wordt ingericht als winkel, het souterrain als opslagplaats, en de eerste verdieping als woning. De rest van het gebouw zal een heel bijzondere functie krijgen! Hartman is een welgestelde katholieke koopman met een zoon die voor priester studeert. Het is sinds de Reformatie een moeilijke tijd voor katholieken, en vanaf 1578 (in 1568 is de vrijheidsoorlog tegen de Spaanse overheersing begonnen) mogen zij officieel in de gereformeerde stad niet openlijk hun geloof belijden en samenkomen voor de mis. Op dat moment zijn er al meer dan 20 schuilkerken in de stad te vinden! 

Hartman laat op de bovenste drie verdiepingen van zijn huis ook zo'n schuilkerk bouwen, gewijd aan Sint Nicolaas. Een kerk zon­der toren, maar wel met een orgel, dat zelfs op straat kan worden gehoord. Natuurlijk weet de overheid van het bestaan van de schuilkerken, maar gedoogt ze. Je moet ook zakelijk blijven! Tenslotte zijn de katholieken goede zakenpartners, goede klanten en goede burgers! Gedogen komt dus al wat langer voor in deze stad! Af en toe wil de overheid wel eens intimideren...... Vaak is een schuilkerk dan ook voorzien van een luik of deur om de priester te kunnen laten ontsnappen.

Er wordt in de loop van de tijd veel verbouwd aan de kerk, die Het Hert (Het Hart - naar Hartman) wordt genoemd. De grote hoeveelheid dagelijkse kerkgangers eist de nodige aanpassingen. In de 18e eeuw wordt er een nieuw altaar geplaatst, en in 1794 een nieuw orgel. De houten gevel wordt door een nieuwe stenen gevel vervangen. 

Bijna 200 jaar na het officiële verbod mogen de katholieken in Amsterdam hun geloof weer in het openbaar belijden, en wordt de kerk overbodig. De grote Sint-Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station wordt in 1887 gebouwd en is dan de nieuwe parochiekerk voor de binnenstad van Amsterdam. Het gebouw aan de 'Oudezijds' wordt gekocht door een groep katholieken om het van de sloop te redden, en de naam wordt veranderd in Ons' Lieve Heer op Solder


Een jaar nadat de kerk overbodig is geworden als parochiekerk wordt het gebouw ingericht als museum, en worden in 1888 de deuren voor het publiek geopend.





Wij zijn er vandaag!



'Ons' Lieve Heer op Solder' is na het Rijksmuseum het oudste museum van de stad, en ontvangt jaarlijks ruim 70.000 bezoekers. We hebben net ons derde bezoek gebracht aan nummer 2 op de lijst van oudste musea, en hebben na een frisse neus en een lekkere lunch weer energie voor 'iets nieuws'. 


De Oudezijds Voorburgwal is onderdeel van wat we 'De Wallen' noemen. Een gezellige en drukke wijk, met veel bars, eethuisjes, prostitutieramen, etc. Het pand met huisnummer 40 valt aan de straatkant nauwelijks op - het is gewoon een fraai grachtenpand als vele andere. Aan een museumvlaggetje zien we dat we op het goede adres zijn. Onze Museumkaart is hier weer een paspoort voor een vrije doorgang, en bij de kleine balie - alles is hier oud-klein tenslotte - krijgen we een audiotoer die ons door het hele gebouw kan gidsen. In alle ruimten staan sensoren die precies de juiste informatie doorgegeven. We lopen eerst door de fraaie 17e/19e eeuwse stijlkamers en we staan overal een paar minuten stil bij de verhalen van het verborgen katholieke gezins- en geloofsleven van enkele eeuwen! Hoe men sliep, at, en de gezinsrituelen vervulde - we zien de gebruiksvoorwerpen, het tafelzilver, de boeken. De ontvangstzaal met schilderijen en beelden verbaast ons door de grootte. Deze Sael is de enige ontvangstruimte van dit formaat uit de Gouden Eeuw die in Amsterdam bewaard is gebleven. We zijn nog maar op de tweede verdieping! 






De schuilkerk

We klimmen via smalle trappen met uitgesleten treden naar de derde verdieping. 'Op Solder' zien we over drie verdiepingen tegelijk de schuilkerk - de grootste schat van het museum. 'Ons Lieve Heer' is in deze kerkzaal ter ere van Hem meer dan 200 jaar dagelijks aangeroepen en aanbeden. En wat voor een kerkzaal! Met een dubbele galerij aan beide kanten, een altaar, een uitklapbare preekstoel en een orgel. We schatten dat er plaats is voor zo'n 150 kerkgangers, en dat is meer dan we verwacht hadden. Het houtwerk van de galerijen ziet er prachtig uit, en de kokos vloerbedekking dempt alle loopgeluiden op de houten vloeren. Ik vind het jammer dat je zelden het orgel hoort spelen als je een kerk bezoekt, al zou het maar zijn via een opname. Een blik op de registerknoppen laat wel zien wat je ongeveer kunt verwachten, maar even stil zitten en luisteren is toch echt wat anders..... Misschien na de verbouwing?










Gelovig of niet - je moet hier gewoon een keer naar toe. Het is ongelooflijk wat je ziet. Niet in rijkdommen als uitbundige versieringen, kunstvoorwerpen of kerkschatten. Het gaat hier om het fenomeen SCHUILKERK in een nog nagenoeg originele setting! Hoeveel kerkgangers zouden hier in die 200 jaar van geloofsonvrijheid geweest zijn? Allemaal via die smalle trap, waarvan de houten treden helemaal uitgesleten zijn! Boos of geïrriteerd misschien, berustend of verdrietig over het niet openlijk mogen belijden van hun geloof? Eenmaal binnen konden ze vrij zijn om als groep de gebeden en gezangen te laten klinken, de hostie te ontvangen, de biecht af te leggen, de kinderen te vormen..... om daarna weer gewoon als 'burger' het dagelijkse leven in de stad op te pakken met collega's, bazen en klanten voor wie die 'min of meer' stiekemheid niet nodig was. 


De biechtstoel is bewaard gebleven
De woonkamer van de priester

De 'Oudezijds' met het uitzicht op de Sint Nicolaaskerk, die de rol van 'het Hert' in 1887 heeft overgenomen



De verbouwing

De zolderkerk is in de afgelopen jaren helemaal gerestaureerd en opnieuw ingericht. Rond 1890 waren de kasten omgebouwd tot vitrines vol kunstvoorwerpen, maar dat is weer teruggebracht in oude stijl - het zijn weer kasten zoals zij dat oorspronkelijk ook waren. Je ervaart hoe de huiskerk er aan het eind van de 19e eeuw uitzag, toen de laatste missen in de zolderkerk plaatsvonden. 

Het museum ondergaat op dit moment in 2014 een ingrijpende verbouwing, en wordt bijna twee keer zo groot. Het grachtenpand aan de andere kant van de steeg is aangekocht en wordt straks o.a. gebruikt als ontvangstruimte en restaurant. Via een bezoekerstunnel kom je straks in het huidige gebouw, zoals ook gebeurd is bij het Rembrandt- en Mauritshuis bijv. Het pand staat in de Top 100 der Nederlandse UNESCO-monumenten.














zondag 3 augustus 2014

Museum De Fundatie - Zwolle



Museum De Fundatie - Zwolle

In de wolken!

31 juli 2014






Het gebouw


Eigenlijk vond ik het drie keer niks toen ik het ontwerp in de kranten zag. Wie bedenkt zoiets: een enorme zwerfkei op een fraai neoclassicistisch gebouw - dan doe je zo'n gebouw geweld aan! Nota bene een gebouw dat al vanaf 1841 waardigheid en statigheid uitstraalt als Paleis van Justitie. Toen het in 2005 verbouwd werd tot Museum de Fundatie behield het die statigheid. Het leek mij alsof het altijd al een museum was geweest, met die transparante hal in het midden en grote en kleine zalen in beide vleugels in een logische looproute. Waren er toen al snode plannen gesmeed voor de verbouwing van 2012/2013 - was er iets teveel statigheid misschien? Zulke plannen moeten jaren van voorbereidingen hebben gekost. En ja, dan wil ik er ook alles van weten. Ik wil niet alleen een nieuwe uitbouw zien, ik wil weten hoe het 'nieuwe museum' op me overkomt als ik er voor sta, en of ik iets van de visie van de architect kan begrijpen. Op dus naar Zwolle!


Toegegeven - het ziet er prachtig uit, vooral als je komt aanlopen uit de richting van het NS-station. De zon die uitbundig op dat kingsize ei schijnt, bekleed met een vernuftig geweven mozaïek van 55.000 wit-blauwe tegels in verschillende formaten en vormen. Volgens de architect speelt het licht met deze tegels, en maakt het de constructie bijna gewichtsloos. Ik zie nu al dat hij gelijk heeft, het is in één woord: overweldigend! Voor ik er erg in heb, heb ik er al 20 foto's van gemaakt!



De dakbedekking komt op mij over als een Mondriaan, of als een papieren kunstwerk van Jan Schoonhoven (die overigens niet in het museum hangt). Of.... nou ja, ik ben dóór, vooral als ik van de oude naar de nieuwe voorkant aan de Blijmarkt loop, en daar het fraaie panoramaraam zie, dat als een geopend oog uitkijkt over de binnenstad. Ik zal niet meer praten over zwerfkei, ei, of Ufo. Het Museum zelf praat over een (keramische) wolk, die boven het gebouw lijkt te zweven, of het oog. Zeg nou zelf - dat doet toch meer eer aan de schepping van Hubert-Jan Henket, de architect. En, laten we eerlijk zijn, het IS geen Gerechtshof meer, het is een MUSEUM - nu meer dan ooit. Mijn reserves zijn in die wolk helemaal opgelost, wat me ook overkwam toen ik voor het eerst voor de badkuip van het Stedelijk in Amsterdam stond. 




Internetfoto: Jan Schoonhoven
Internetfoto: Piet Mondriaan








De prachtige hal is nog steeds dezelfde, alleen de doorzichtige lift gaat nu ineens veel hoger! Als ik op de vierde verdieping uitstap ervaar ik een grote ruimte, die ik eigenlijk niet verwacht had! Chique, prachtig vormgegeven, mooi afgewerkt. Volgens de website van het museum is er met 'de wolk' een nieuwe vloerruimte gecreëerd van 1000 m² op twee verdiepingen. Daar kun je heel wat op tentoonstellen, en dat is eigenlijk het enige dat me vandaag wat tegenvalt. Er wordt op dit moment heel weinig tentoongesteld, en de paar filmzaaltjes zijn voor mij niet echt heel aantrekkelijk. In een museum met veel tentoonstellingen zal dat per periode weer anders zijn. Een moderne koffiebar trekt wel de aandacht, en vooral door de plek: recht voor het raam, met een prachtig uitzicht over Zwolle. 


Het uitzicht vanuit De Wolk
De nieuwe bovenste verdieping - Internetfoto: Sluiter













Een stukje hoger.....

De aansluiting van oud en nieuw, met de ramen 
die 'de wolk' los laten komen van het gebuw.
 




Meer macht


De tentoonstelling Meer Macht (tot augustus 2014) krijgt veel museumruimte, en gaat kort gezegd over (museumtekst):



Is er voor kunstenaars nog macht weggelegd? Of is de kunstwereld definitief in de klauwen van het geld beland? En als kunstenaars hun idealen inderdaad kunnen verwezenlijken, zit de wereld daar dan wel op te wachten?






Joseph Beuys is een modern kunstenaar, die wel drie politieke partijen heeft opgericht, maar die in zijn werk die 'macht' nooit heeft weten te vinden. Hij opent 'in de wolk' met 'Sled': Een slee met vet, vilt en een zaklamp, refererend aan zijn foute oorlogsverleden, het neerstorten van zijn vliegtuigje op de Krim en zijn redding. Het lijkt alsof hij boete wil doen voor zijn verleden, en met zijn kunst de wereld nog wil 'helen'. Een ander project in deze sledeserie kwamen we in Kassel tegen in het museum Die Neue Galerie. Tweeëntwintig dezelfde sleden achter een VW-bus - een stukje herkenning dus!


Kassel - Neue Galerie (niet in Zwolle)


Imponerend vind ik de 3 enorme werken van Kiefer, een leerling van Beuys: opnieuw uitgebrachte zwart-witfoto's, nu op lood, Occupations uit 2011, die een hele zaal nodig hebben om getoond te kunnen worden! Door op foute plekken de Hitlergroet te brengen maakte Kiefer zich met zijn foto's niet geliefd in 1969. Hij opende daarmee wel het debat over het oorlogsverleden van Duitsland. Hij stak daarmee bovendien bij wijze van spreken zijn middelvinger uit omdat hij zich vrij voelde om de groet te brengen als hij dat wilde. 






Dat deed Ai Weiwei ook met zijn 'Study of perspective', al lijkt het uit de titel te gaan om even de camera 'scherp te stellen'. Hij steekt echter zijn middelvinger uit naar de gevestigde macht, waar die ook maar te vinden is, het Witte Huis, het plein van de Hemelse Vrede, het Vaticaan, de Parijse Eiffeltoren, enz.


De hele tentoonstelling is gegroepeerd rond 23 werken/series werken van evenzovele kunstenaars.






Eigen collectie


Museum De Fundatie bezit en beheert de grote collectie beeldende kunst - veel moderne kunst - van Dirk Hannema, de voormalige directeur van Museum Boymans, en de kunstcollectie van de Provincie Overijssel. Ik mag hier graag rondlopen, want veel bekende namen zijn vertegenwoordigd, zoals Picasso, Chagall, Zadkine, Miró, maar ook bekende Nederlanders, zoals Karel Appel, Piet Mondriaan, Jan Kremer, Charley Toorop, Isaac Israëls, Vincent van Gogh, Paul Citroen, Carel Willink, etc. etc. etc.......




Ossip Zadkine - Diana - 1939




De moeite van een bezoek dus meer dan waard!






donderdag 17 juli 2014

Fondation Maeght in Vence

Een uniek museum in Zuid-Frankrijk

Na 50 jaar nog modern!

3 juli 2013






Net buiten het fraaie en oude toeristisch-drukke vestingstadje St. Paul de Vence, op 15 km van Cagnes-sur-Mer aan de Franse Middellandse Zeekust ligt de Fondation Maeght. Juist ja, dat dacht ik in 2012 ook toen ik het bordje zag dat naar die Fondation wees. Zoiets kan gewoon niet interessant zijn. Bovendien was het zo heet op dat moment, dat ik alleen dacht aan een lekker koel biertje bij mijn tent. Ik zag daarom ook helemaal niet hoe groot de parkeerplaats was – meestal een goede aanwijzing voor het belang van iets – maar die lag verstopt in de bossen. Kortom HET KWAM ER GEWOON NIET VAN. Thuis Googelde ik nog even op de ‘Maeght’, en kwam er toen achter, dat ik een van de mooiste collecties voor moderne kunst in Europa was misgelopen. Een mooi en interessant museumgebouw, met een prachtige beeldentuin, een mooie collectie moderne schilderijen en objecten – een uniek geheel dus!

In 2013 kreeg ik een tweede kans. De camping in Vence was erg goed bevallen, en het weer wil er meestal wel mooi zijn in het begin van juni. Met hoge verwachtingen ben ik naar de Fondation Maeght gereden, notabene 5 minuten van de camping vandaan. De parkeerplaats was inderdaad groot! Ik heb uren tussen al het moois doorgebracht, en ik heb veel gefotografeerd. Genoten dus!




De Parijse kunsthandelaars Aimé en Marguerite Maeght zochten begin jaren ‘60 een eigen locatie voor hun grote kunstcollectie, met werken van o.a. Kandinsky, Léger, Bonnard, Braque, Chagall, Miró en Giacometti. Veel kunstenaars hoorden tot hun directe vriendenkring. De beroemde Catalaanse architect en huisvriend José-Luis Sert kreeg de opdracht voor de bouw van een museum, en hij creëerde een uniek gebouw dat een eenheid vormt met zijn omgeving.  De ramen zitten verwerkt in een ‘gekartelde’ dakvorm, waardoor het licht indirect binnenvalt, en ideaal is voor de tentoongestelde schilderijen. 




Beelden van Giacometti....
.... op de 'Cour Giacometti'
Sert betrok ook de vrien-denkring van de opdrachtgevers bij het bouwproject. Zo kreeg Alberto Giacometti zijn eigen ‘cour’ met beelden





Miró maakte een labyrint met zijn kleurige beeldhouwwerken en keramiek, als het ware als een tuin in de tuin!
De fontein van Pol Bury

George Braque maakte een waterbassin-met-mozaïekbodem en glasinloodramen, Paul Bury een fraaie fontein en mijn favoriete kunstenaar Marc Chagall (we hebben zijn graf bezocht in St. Paul de Vence, op nog geen kilometer van het museum vandaan) maakte bijzondere muurmozaïeken. 

De hoogtepunten van de voortuin zijn beelden van Zadkine, Arp, Hepworth en Calder. Het complex is geopend op 28 juli 1964. Op het moment dat ik dit schrijf is dat op elf dagen na precies 50 jaar geleden. 


Dat feestje loop ik dus mooi mis!!!


Café de Flor - Jörg Immendorff

Silverstone - Frank Stella
Diamond dust shoes - Andy Warhol

Webadres Fondation Maeght: 
http://www.fondation-maeght.com/

woensdag 16 juli 2014

Chocolademuseum Keulen

De echte chocoladefabriek van Sjakie....

Een oude smulfabriek in de binnenstad van Keulen

Keulen, 30 april 2014




Als oud-leraar weet ik hoe belangrijk het is om in het leerproces zoveel mogelijk zintuigen van je leerlingen in te schakelen, en ook de verbeelding een rol te laten spelen. Leren als avontuur, als beleving - dan onthoudt je alles veel beter en veel langer! Dat hebben ze begrepen bij het Imhoff-Stollwerckmuseum toen ze besloten om de oude chocoladefa-briek in het hartje van Keulen in te richten als grootste chocolademuseum ter wereld. 













Foto: Greven/Internet




Als je op de Rijnkade komt aanlopen zie je het moderne gebouw van glas en staal al lig-gen op een schiereilandje in de rivier. Het gebouw lijkt vanaf die plek op een groot rivier-cruiseschip, dat het water van de rivier doorklieft, met panoramische ramen die op de Rijn uitkijken, met relingen op het dak als het dek van een schip, en ronde patrijspoorten voor de versterking van dit effect. Als je via een oude, nog geklonken ijzeren draaibrug naar dit schiereiland loopt, zie je het 19e eeuwse statige oude gebouw liggen, en zie je ook pas hoe groot het complex is! Je stapt binnen in een grote ontvangsthal, die er uit ziet als een stationshal. Overal in het gebouw ruikt het naar cacao en chocola. En dan moet het bezoek nog beginnen!


Ik heb een paar uur nodig voor een ontdek-kingstocht door het chocoladeland van Sjakie, de held uit het beroemde kinderboek van Ro-ald Dahl. De collectie is uiterst veelzijdig sa-mengesteld, met foto- en demonstratiepane-len (de teksten zijn in het Duits en in het Engels), oude machines, chocoladegiet-mallen, een historische afdeling over 3000 jaar chocoladegeschiedenis vanaf de Azteken tot de massaproductie van nu. Het verbouwen van de cacao krijgt veel aandacht, evenals de situatie van de boeren en van de ontwikkelingslanden waar cacao geteeld wordt. De grote glazen constructie die opvalt in de voorgevel blijkt een tropische kas te zijn met volwassen cacaobomen.















Een hele zaal is ingericht als oude chocolade-winkel - precies zoals die destijds in een luxe winkelstraat moet hebben gestaan. Tenslotte blijkt het chocolaatje dat je bij de kassa krijgt in het museum gemaakt te zijn. Een complete en werkende kleine productielijn is hiervoor opgesteld in de moderne vleugel. Met 500.000 bezoekers per jaar is dit museum een van de 10 best bezochte musea in Duitsland! Genoeg introductie voor deze fantastische chocoladefabriek van Sjakie? Kijk beslist even op de website voor tijden, toegang etc.


  





Het museum zegt per jaar 3000 kilo chocola weg te geven. Nou, dat is dan 6 gram per bezoeker: een klein chocolaatje bij binnenkomst, en een in de chocoladefontein gedoopt wafelpuntje.... Daar word je niet vet van!  Ik neem daarom uit de grote - en dure! - winkel maar wat chocola mee naar huis. 



Geen wonder. 
Al mijn zintuigen zijn aan het werk geweest......












Am Schokoladenmuseum 1A, 50678 Köln

www.schokoladenmuseum.de/