vrijdag 25 april 2014

De Parus Major op ons balkon

De Parus Major op ons balkon


De familie koolmees

Gouda, 24 april 2014


Het is elk jaar toch weer spannend -  komen ze wel, of komen ze niet! We lokken ze natuurlijk een beetje, want er hangt op ons balkon altijd vogelzaad, vers water, en sinds deze winter ook een pot speciale vogelpindakaas (je doet wat voor de vogelstand!). Eigenlijk gaat het om het nestkastje. Dat hangt er ook, en is op tijd schoongemaakt. Als je dat te laat doet, dan komen ze gewoon niet. De koolmees, oftewel de Parus Major wil als het nodig is, in de winter alvast  even kunnen schuilen voor de kou, en dan verkent hij gelijk de boel. In een oud nest kruipen ze niet!



Ons nestkastje is ooit de verpakking geweest van twee flessen wijn in een kerstpakket, compleet met gaten. Al tien jaar lang levert het zo'n 6 jonge mezen per jaar op. We houden dus best een beetje de soort in stand in onze wijk. Of de katten natuurlijk, maar net als in de politiek denk je gewoon over één ding tegelijk na. Per saldo moet het wat opleveren. 

Ze zijn dus wel gekomen, en ze zijn perfect samenwerkend direct aan de slag gegaan met takjes en zachte opvulmaterialen. Bij de laatste schoonmaak zag ik dat ze veel kattenharen hadden verwerkt, die ze op de stoelkussens op ons balkon hadden gevonden. Of het hetzelfde mezenpaartje is als vorige jaren, dat laat zich raden. De gezichtsherkenning van Picasa is nog niet op dit niveau uitgewerkt. Enthousiast zijn ze wel.








's Morgens zijn ze al heel vroeg bezig, die twee, want ze doen alles samen. Maar er wordt weinig gezongen door het stel. Vroeger zongen wij, dat vogels fluiten tot eer van God, maar mijn biologieleraar ontkrachtte dat al spoedig, en zei dat ze dat alleen doen om het vrouwtje naar het nest te lokken en om hun territorium af te bakenen. En ja, dat is inmiddels allemaal gebeurd.... Ik kan de bedrijvigheid 's morgens goed zien vanuit mijn liggende positie - ik ben zelf namelijk niet zo'n vroege vogel. In het verleden heb ik op deze manier het uitvliegen van de jonge vogeltjes wel eens gezien. Dat is een hele gebeurtenis! Vader mees roept dan vanaf de balkonrand of een boomtak daar vlakbij, en het eerste jong verschijnt in de nestopening. Voorzichtig rondkijkend, z'n veren schuddend, om dan aarzelend z'n eerste korte vlucht naar vader te maken. Dan verdwijnen ze voor een eerste officiële vlucht. Zo gaat dat door tot alle mezen uit het nestkastje zijn verdwenen, en uiteindelijk moeder mees als laatste het nest verlaat! Toch wel ontroerend, want eenmaal uitgevlogen komen ze niet meer als gezinnetje terug. Behalve voor eten en drinken natuurlijk, want dat gemaksvoer is toch wel erg comfortabel. Ondertussen komen ook andere vogels, zoals de inwoners van het mezenkastje in mijn achtertuin, mussen en andere straatbewoners, voor bijvoeding, maar als onze mezen dat zien worden ze direct weggejaagd. Ze houden wel van structuur, en hun  territorium is heilig. 





Ik weet niet hoe onze koolmees denkt, maar volgens mij is hij best slim. Vanochtend heb ik meer dan een uur moeten wachten achter het gordijn met mijn camera op statief  - ik tenminste, want de camera stond ervoor. Ze wisten dat er iets geks aan de hand was, en pas toen ik ook mijn hand achter het gordijn deed (ik moest door de stof van het gordijn afdrukken...) kwamen ze weer kwetterend aanvliegen met rupsen, en op weg naar nog meer rupsen ondertussen een slokje water nemend en een hapje pindakaas. Achter elkaar - om de paar minuten. 


21 mei 2014
Ik heb de verleiding om even het dakje van het nestkastje op te tillen niet kunnen weerstaan, en heb onbescheiden naar binnen gekeken toen pa en ma even op rupsenjacht waren. Wat een prachtig gezicht! Toen ze weer terugkwamen bleven ze rustig op het balkonhek wachten tot het kastje weer dicht was. Ik was kennelijk geen bedreiging meer!






14 juni 2014
Inmiddels heeft de mezenfamilie het nest verlaten, mij met het lege nest syndroom achterlatend. Ze kwamen nog terug voor het vogelzaad en de pindakaas, tot de pot echt helemaal leeg was. Voor de laatste centimeters hebben ze helemaal in de pot gezeten. Die komt pas weer tegen de winter als ze het echt nodig hebben!






woensdag 23 april 2014

Arequipa - Peru - Plaza de Armas

Arequipa - Peru - Plaza de Armas

Een fraaie plaza

Arequipa,  vrijdag 28 januari 2011


Ongetwijfeld is de 'Plaza de Armas' in Arequipa een van de mooiste pleinen van Peru, misschien is het wel het mooiste! Niet voor niets is het historisch centrum van de stad opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst. De mooie en sierlijke kathedraal uit 1612, met zijn twee ranke torens, is het grootste gebouw op de Plaza, en beslaat een hele zijde van het plein. De andere drie zijden worden ingenomen door statige koloniale gebouwen met een dubbele arcadenrij over de totale lengte. Alle gebouwen zijn gemaakt van de voor de stad kenmerkende Sillarsteen. Het is een zilverwit tufgesteente, dat uitgestoten is door de vulkanen. waardoor de stad de bijnaam heeft van de 'witte stad' - la Ciudad Blanca.




Onder de bovenste arcade lunchen we met heerlijke Peruaanse koffie, en genieten we van het uitzicht op de vulkaan Misti die de stad domineert, en het leven dat zich op het plein afspeelt. We genieten van Peruaanse gezinnen die op weekenddagen alleen maar rondjes lijken te lopen, en zich 'uit' voelen. Van kleine kooplieden, die hun gang mogen gaan als ze niet hinderlijk hun waar aanbieden. Van fotografen die hele gezinnen en verliefde stelletjes op de foto zetten, van mensen die met een typemachine op schoot formulieren invullen en brieven schrijven voor hen die dat zelf niet kunnen. Zelfs van de armen die proberen geld op te halen, of eten. Van taxi's die proberen klanten te vinden, en gewoon midden op de rijbanen blijven staan als ze toeristen in hun auto willen lokken, van driftig bewegende en fluitende politiemannen in onberispelijke uniformen die het verkeer in beweging willen houden.... Van, ja van het hele Peruaanse plazaleven, inclusief de palmbomen, de prachtige tropische planten in de zon, en de oude fontein uit 1650 met de vele duiven die eruit drinken en er in baden. 







We willen zelf ook slenteren, deelnemen aan dit relaxte straatleven en de mensen ontmoeten. We gaan op de laatste lege bank zitten die net vrij gekomen is. Voor we 'uno, dos, tres' kunnen zeggen zit er een hele familie bij ons op de bank met etenswaren om zich heen, die ze met ons willen delen. We kunnen niet met ze praten, maar ogen- en gebarentaal is ruim voldoende voor een vriendelijke communicatie. 




's Avonds gaan we terug, want dan zijn alle gebouwen op het plein mooi verlicht. Een zwoele, lome avond in deze stad op 2500 meter hoogte, gebouwd op de hellingen van de Misti, de Chachani en de Pichu Pichu. Drie vulkanen van rond de 6000 meter hoog, en viriel genoeg om plotseling uit te barsten en het vredige leven hier te verstoren. Zoals op 23 juni 2001 gebeurde, toen een grote aardbeving met een kracht van 8,1 op de Schaal van Richter de stad deed trillen. Honderd mensen verloren het leven, 1000 mensen raakten gewond, 10.000 huizen werden vernield, 40.000 mensen werden dakloos. De linker toren van de kathedraal stortte naar beneden, de rechter werd zwaar beschadigd. Het is nu niet meer te zien. Arequipa is een kwetsbare stad, iedereen beseft het, maar het schijnt de Arequipena's zelf geen angst in te boezemen. Zeker vandaag niet.... en waarom zouden wij op deze mooie avond dan blijven piekeren!






Minder weergeven

dinsdag 22 april 2014

Renoir in Essoyes

Renoir in Essoyes - Frankrijk

Renoir heeft er het licht gezien - en vastgelegd

Essoyes, 23 juni 2012


Essoyes, in de Franse Champagne, is zuinig op zijn beroemdste oud-inwoner, de impressionist Pierre-Auguste Renoir. Bijna een eeuw na zijn dood zorgt hij in dit slapende plattelandsdorp nog steeds voor de nodige drukte. Het dorp lijkt er van te leven en alles lijkt op hem gericht te zijn. Jazeker, wij zijn in de buurt, aangemoedigd door mooie folders, en we willen ons ook even onderdompelen in l'histoire van deze bijzondere schilder, van wie we al zoveel mooie schilderijen gezien hebben. Het lijkt toch een beetje een speciale ontmoeting te worden vandaag!

De kerk van Essoyes - Pierre-Auguste Renoir



Renoirs vrouw Aline kwam uit Essoyes, en Pierre-Auguste werd tijdens zijn vele bezoeken aan zijn geliefde geïnspireerd door het prachtige licht in de streek. Hij hield van het landschap, en was daar vaak met zijn schildersezel te vinden. 'Ik houd van schilderijen die me uitnodigen om er doorheen te wandelen' zei hij als hartstochtelijk wandelaar. 





In 2011 is l'Espace de Renoir geopendeen fraai ontvangstcentrum in een oud koetshuis, schilderachtig gelegen aan de Ource. Door een film en een fototentoonstelling krijgen we een goed beeld van de schilder, zijn familie, zijn leven en zijn tijdperk. Echte Renoirs zien we alleen op kalenders, kaarten, sleutelhangers, en 'alle goed bedoelde rotzooi' (Wim Sonneveld) in de museumwinkel. De grootte van de parkeerplaats laat zien dat er 's zomers veel toeristen komen. Op zoek naar de schilder, of om in de omgeving 'door zijn schilderijen te lopen'. Voor dat laatste zijn speciale wandelingen rond Essoyes uitgezet, in navolging van de meester. 








Het entreekaartje voor dit ontvangstcentrum geeft ook toegang tot het atelier en de tuin van Renoir. Met de meegekregen wandelkaart lopen we over het bruggetje over de Ource, dat vol hangt met mooie bloembakken. We zien Renoirs inspiratiebronnen, schilderachtige plaatsen en tastbare herinneringen. De oude wasplaats, het huis van zijn model Gabrielle Renard, die in veel van zijn schilderijen figureerde, de dorpskerk en de slager, een achter-neef van Pierre-Auguste. Zijn overgrootvader kreeg eens een naaktschilderij van Gabrielle aangeboden door de schilder, in ruil voor vlees. Hij weigerde, en daar wordt in het dorp nog over gegniffeld..... Aan de andere kant van het dorp zien we het oude woonhuis, van achter de spijlen van een gesloten hek. We mogen er niet in, want het huis wordt 's zomers nog steeds bewoond door een achternicht van de schilder.   









Het atelier blijkt een mooi pand te zijn achter in de grote tuin van het woonhuis. We wan-delen door de tuin. Hier speelden zijn kinderen, terwijl de schilder vanuit zijn atelier naar hen keek, en daar misschien wel schetsen van maakte. Onze fantasie neemt ons uiteraard steeds meer mee. Op de bovenverdieping aangekomen zien we een grote ruimte, met veel invallend licht door zij- en dakramen. Een sofa waar Gabriëlle veel op gelegen moet heb-ben, de schildersezel, verf en rommel er omheen. Het is net of de schilder en zijn model even weggelopen zijn... Beneden staat zijn originele rolstoel. Renoir werd aan het eind van zijn leven getroffen door polyartritis, waardoor zijn handen en benen vergroeiden. Hij zei 'liever niet te kunnen lopen dan niet te kunnen schilderen' en verkoos de rolstoel om al zijn energie te sparen om te kunnen schilderen, al was het met een penseel in een verkrampte vuist. 




Pierre-Auguste Renoir stierf in 1919, niet in zijn geliefde Essoyes, maar in Cagnes-sur-Mer, waar hij wegens zijn ziekte de laatste winters van zijn leven doorbracht. Aline stierf vier jaar eerder. Ze liggen, met enkele van hun kinderen, dichtbij het atelier achter elkaar begraven. Het zijn eenvoudige graven op een kleine ommuurde begraafplaats, met door Renoir zelf ontworpen bronzen bustes. Die van Aline is echter door vandalen gestolen. Voor sommige mensen is brons per kilo kennelijk waardevoller....





zaterdag 19 april 2014

Peru - Maras - Las Salinas

PERU - MARAS - LAS SALINAS


Heb je het ooit zo zout gegeten?


27 januari 2011





We zijn op weg naar Maras, veertig kilometer van de Peruaanse stad Cuzco, op een hoogvlakte van 3300 meter. Het lieflijke, bijna slapende indianendorpje kijkt uit over El Valle Sacrado - de Heilige Vallei van de Inca's.

Plaza de Armas van Maras. Foto: Google Streetview
De koloniale kerk op de Plaza de Armas is het grootste gebouw, maar mist de kenmerkende torens. De meeste huizen en boerderijtjes zijn gemaakt van adobestenen, die in de zon zijn gedroogd, en liggen in een rechthoekig stratenpatroon om het centrum heen. De Plaza is mooi aangelegd, net als het sportveldje en het schoolplein. De mensen zijn trots op hun gemeenschappelijke bezittingen, en onderhouden die dan ook netjes! De smalle straatjes zijn  schoon, en waar ze bergafwaarts lopen zien we in het midden de kenmerkende watergoot, die al aangelegd wordt vanaf de Incatijd. 





Alle waterstromen van de hoogvlakte rondom Maras vloeien naar de Urubamba, de heilige rivier van de Inca's, die hier beneden in het dal al een wildstromende rivier is. Op de hoogvlakte wordt het water gebruikt als drinkwater en voor de bevloeiing van de landbouwterrassen, die vaak al honderden jaren oud zijn. Even buiten Maras ontspringt uit de bergen een extreem zoute waterstroom, en juist die maakt deze kleine plaats zo bijzonder. 

We rijden van de beroemde Inca-terrassen van Moray naar de zoutbekkens van Maras. De bus lijkt het golvende landschap gemakkelijk aan te kunnen, maar we realiseren ons dat we af en toe boven de 4000 meter rijden. Dat merken we goed aan onze adem als we bij fotostops even de bus uit mogen - de ijle lucht maakt het ons niet gemakkelijker om naar hogere uitzichtpunten te klimmen! Op een daarvan zien we in de verte een ongewoon aantal zoutbekkens tegen de valleihelling aanliggen - het tweede excursiedoel van vandaag. 










De beelden worden spectaculairder naarmate de bus dichterbij komt, en met veel scherpe bochten heel sterk afdaalt naar Las Salinas. Dan zien we plotseling de zoutbekkens in het dal onder ons liggen! Iedereen is er stil van - zoveel en zo groot.... Het moeten er volgens de reisgidsen meer dan 4000 zijn, en een groot deel bestaat al van voor de Incatijd (13e/16e eeuw). Een verstild landschap in prachtige bruintinten. 

Voor een luttel bedragje mogen we op de smalle paadjes tussen de zoutbekkens lopen, en zien hoe de mensen er hun zware werk doen. Het hele complex is nog volop in gebruik, al wordt er op dit moment niet veel gewerkt. Het is nu de regenmaand januari, en dan wordt er geen zout 'geoogst': er valt namelijk meer water dan er kan verdampen, en bovendien is het regenwater niet zout! 





De gids laat ons de zoute stroom zien die uit een rotsspleet komt, en gekanaliseerd tussen de zoutpannen verdwijnt. We moeten het water proeven, en we scheppen een handje uit de stroom. Het is inderdaad bremzout! 






De waterstroom wordt via een ingenieus, simpel, oud, maar doeltreffend systeem via kanaaltjes in kleine veldjes geleid, de zogenaamde zoutbekkens. Gewoon door met de hand een opening in een dammetje te maken en zo het water naar een ander bekken te laten stromen, en weer af te sluiten als dat vol is. Een kind kan de was doen, en onze gids doet het gewoon even voor! De zon verdampt het water in de bekkens, waardoor het zout afgezet wordt aan de oppervlakte. Na vier tot vijf weken zon blijft het witte zout droog achter op de aarden bodem. De pré-incavolken gebruikten dit gewonnen zout voor het conserveren van vlees, vis en groenten. Het zout wordt nu verkocht op de markten in de omgeving. Rijk worden de bewoners van Maras er niet van. Meestal bezitten ze maar 1 of 2 zoutbekkens, die per twee maanden niet meer opleveren dan ongeveer € 3!

































Omdat Maras zo afgelegen ligt komen er maar weinig toeristen, en het complex is ook niet op massatoerisme ingesteld. Ondanks het feit dat er in deze periode geen zout wordt gewonnen, blijft het een schitterend gezicht, zeker in dit historische dal, en op deze grote hoogte. Héél fotogeniek bovendien..... 






























In het winkeltje is uiteraard weer van alles te koop. Nu eens geen Peruaans aardewerk, maar dezelfde motieven gesneden uit blokken zout. Heb je het ooit zo zout gegeten! Maar ook gewoon zout is in alle maten en hoeveelheden te koop. Oké - kruidenzout en barbecuezout doen het waarschijnlijk ook wel leuk bij mensen 'die alle andere souvenirs al hebben'..... 




En eh... nee, geen 20 kilo strooizout vandaag!

Robben Eiland - Kaapstad

ROBBENEILAND - KAAPSTAD

A short walk to freedom....


Ons bezoek van 18 januari 2012




Het is op deze vroege ochtend druk op de terminal van het Victoria & Alfred Waterfront, waar de taxi-chauffeur ons heeft afgezet. Druk en ook nog drukkend warm. Honderden mensen staan al in de terminalhal te wachten op het vertrek van de kingsize catamaran naar Robbeneiland om negen uur. Gelukkig hebben we enkele weken geleden al geboekt via Internet, en zijn we zeker van ons plekje. Het is de eerste van vier boten vandaag met deze bestemming, en we hebben voor de vroegste gekozen. 




Een bezoek aan Robbeneiland duurt bijna drie en een half uur. We verwachten rond half  een weer hier terug te zijn om het V&A Waterfront verder te bekijken, en de laatste souvenirs te kunnen kopen! Langzaam schuifelt iedereen naar de poortjes waar onze tickets gecontroleerd worden en we via de Mandela Gateway naar onze ferry kunnen lopen. Mensen uit alle delen van de wereld, te horen aan de flarden zinnen in veel verschillende talen die we om ons heen horen! Een hoog gehalte aan leeftijdgenoten op deze door-de-weekse dag, en een hoog gehalte aan Canons en Nikons op de buik. We zijn dan ook op weg naar Robbeneiland, enkele kilometers uit de kust bij Kaapstad, een toeristische attractie van formaat! Elke twee uur een volle boot... dat zijn honderdduizenden toeristen per jaar. Het is een heerlijk boottochtje van een klein half uurtje in de felle Afrikaanse zon over een ijskoude en gevaarlijke zeestroom. 








Elke minuut zien we de stad kleiner worden, inclusief het enorme en veel te dure voetbalstadion, dat daar is neergezet voor de wereldkampioenschappen van 2010, en daarna bijna nooit meer is gebruikt. Een landmark is het geworden, net als het Victoria & Alfred Waterfront. De Tafelberg is het grootste landmark, en die domineert de stad volledig. Hoe verder we van het land af zijn, hoe dominanter deze grote platte berg lijkt te worden - en herkenbaarder! Zo moeten onze Kaapvaarders in de 16e eeuw verlangend hun doel dichterbij hebben zien komen. Eindelijk verse groenten, eindelijk vers water, eindelijk weer vaste land onder de voeten.....


We zijn niet op weg om  vandaag robben te zien (daar zijn veel betere excursies voor in de Kaapregio). We gaan op Robbeneiland naar de gevangenis waar veel politieke gevangenen uit de Apartheids-periode hebben vastgezeten, met Nelson Mandela als beroemdste inwoner. Het eiland heeft hierdoor een plekje op de Werelderfgoedlijst van UNESCO gekregen. Een leuk detail overigens: dit is de enige plek ter wereld waar twee erfgoedsites elkaar kunnen 'zien', want ook de Tafelberg staat op de lijst! 


Een bezoek aan Robbeneiland duurt niet zo lang, en is volledig geprogrammeerd. Dat moet ook wel, want het eiland is maar enkele vierkante kilometers groot, voornamelijk kaal, en nauwelijks bewoond. Om de constante stroom toeristen te reguleren worden bussen ingezet, die hun eigen ronde over het eiland rijden, ook langs de steengroeve waar Mandela moest werken. 






Robbeneiland heeft al heel lang de twijfelachtige eer gebruikt te zijn als plaats om mensen af te zonderen. De VOC gebruikte bijna 400 jaar geleden het eiland al als strafkolonie om gevangenen en ballingen vast te zetten. Dat hebben we al geleerd in het oude en mooi gerestaureerde VOC-fort in Kaapstad. Van 1836 tot 1931 werden op Robbeneiland leprapatiënten helemaal van de wereld afgezonderd, evenals Afrikaanse politieke gevangenen. Veilig dus, want er schijnen ooit maar drie mensen de zwemtocht naar het vasteland te hebben overleefd.... 

Onze gids, zelf eens gevangene in deze gevangenis



Als onze bus bij de gevangenis aankomt staat een ex-politieke gevangene al bij het hek op ons te wachten. Al wandelende door het complex vertelt hij zijn verhaal over hoe het leven er voor de gevangenen uitzag. Voor Zakhele Mdlalose (23 jaar), Nceba Faku (13 jaar), Japhta Masemola (26 jaar), Philimon Tefu (22 jaar) en vele anderen. In hun oude lege cellen hangen zwart-witfoto's met hun gegevens, die op die wijze de cellen een gezicht geven. Het emotioneert ons. Zo komen we ook bij cel nummer 5, waar gevangene 46664 maar liefst 18 jaar heeft doorgebracht. We kennen hem - wie niet! Nelson Mandela, een symbool van Zuid-Afrika, Nobelprijswinnaar voor de vrede, geliefd door nagenoeg iedereen. 





Het bezoek aan de gevangenis is niet alleen aan Mandela opgehangen. Hij was 'een van hen', met een toch wel opvallende rol in het geheel! Het commentaar van de betrokken gids (hoe vaak zou hij dit verhaal al verteld hebben!), en de wijze van beantwoording van alle op hem afgevuurde vragen is nergens 'zwart-wit', nergens rancuneus tegenover het oude regime, ondanks alle ondergane vernederingen. Met een hartelijke groet zet hij de groep tenslotte op een wandeling van 200 meter naar de boot. 'A short walk to freedom!' citeert hij met een grote glimlach zijn beroemde oud-medegevangene.

In 1991 werden de laatste politieke gevangenen vrijgelaten, in 1996 werden de laatste criminele gevangenen overgeplaatst en werd de gevangenis gesloten.



We zullen dit bezoek niet snel vergeten!